Durf kiezen, durf ondernemen:
Europa

De Europese Unie heeft sinds haar ontstaan altijd sterk bijgedragen aan de economische ontwikkeling van Vlaanderen en ook een groot deel van onze toekomst ligt in Europese handen. Recente uitdagingen zoals de Brexit en de migratiecrisis deden het systeem wankelen, maar niet barsten. Daar moeten we moed uit putten én lessen uit trekken.

Zo moeten de lidstaten meer verantwoordelijkheidszin en discipline tonen. Daarnaast hebben we meer baat bij een EU die efficiënter werkt en volop inzet op een ambitieus handels- en investeringsbeleid. We moeten ons bovendien durven profileren als internationale grootmacht, met een stabiele grensregio. Er zit muziek in de EU en met 15 gerichte aanbevelingen voor de orkestmeesters moet die ook in de toekomst over alle grenzen heen weerklinken.

Wouter De Geest
Voorzitter Voka

Hans Maertens
Gedelegeerd bestuurder Voka

De eenheidsmarkt

De Europese eenheidsmarkt bracht elke Vlaming jaarlijks 1.060 euro op tussen 1990 en 2015, een uitzonderlijke prestatie. Daarnaast laat ze onze bedrijven toe om te groeien en internationaal competitief te blijven. Zo gaat 70% van onze export naar EU-landen. Samengevat: het vrij verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is een zegen voor onze economie en samenleving. Die Europese kerngedachte moet weer op de voorgrond komen.

Aanbeveling 1: een gelijke eenheidsmarkt

Het ideaal van de eenheidsmarkt verwaterde de laatste jaren. Lidstaten geven een eigen invulling aan Europese regels, bevoordelen hun bedrijven met protectionistische maatregelen en stemmen soms nationale wetten die de eenheidsmarkt benadelen. Het gevolg? We lopen in de EU efficiëntiewinsten mis van maar liefst 1,75 biljoen euro (4 keer het bbp van België).

De oplossing ligt voor de hand: de EU-lidstaten moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Dat kan door een eenheidsmarkttoetsing in te voeren voor alle nationale en regionale beleidsmakers. Zo brengen ze systematisch de impact van nieuwe wetgevende initiatieven op de eenheidsmarkt in kaart. Niet enkele bij de omzetting van Europese regelgeving, maar ook voor regionale en nationale beleidsinitiatieven.

Wie is aan zet?

  • De federale en Vlaamse regering: een eenheidsmarktoetsing uitwerken en toepassen in nauwe samenwerking met de buurlanden.
  • De Europese instellingen: een Europese eenheidsmarktoetsing ontwikkelen en een bijbehorend hoofdstuk opnemen in het Europees Semester.

Aanbeveling 2: een bredere eenheidsmarkt

De eenheidsmarkt is tot op vandaag te selectief. Nieuwe, innovatieve sectoren komen onvoldoende aan bod. Daarom vragen we aandacht voor deze 4 domeinen:

1. Digitalisering

De EU loopt achter op het vlak van digitalisering. Studies wijzen uit dat een volledig uitgewerkte digitale eenheidsmarkt Europa jaarlijks 415 miljard euro extra kan opleveren.

2. Diensten

De intra-Europese handel in diensten bedroeg in 2013 slechts 6,1% van het bbp van de EU. Ter vergelijking: de handel in goederen scoort tot drie keer zo goed.

3. Energie

Europa heeft nood aan een competitief, flexibel, geïntegreerd en leveringszeker energiesysteem, waarbij het energiebronnen efficiënt en duurzaam gebruikt. Dat kan door de uitbouw van een evenwichtige energie-unie.

4. Defensie

Een Europese aanpak van defensie kan tot 25 miljard euro aan efficiëntiewinsten opleveren. Bovendien hebben ook andere sectoren daar baat bij: voor elke euro die in defensie wordt geïnvesteerd, vloeit er immers 1,6 euro terug in de economie.

Wie is aan zet?

  • De Vlaamse, federale en Europese overheden: de eenheidsmarkt verder uitbreiden.

Aanbeveling 3: bedrijfsvriendelijke regelgeving

Europese regels en richtlijnen zijn vaak onduidelijk voor bedrijven. Zo bevat de recente privacywetgeving (GDPR) tal van vage begrippen. Om een verkeerde interpretatie te vermijden moet de Europese Commissie voortaan eenduidige interpretatieve richtlijnen publiceren. Daarnaast moet ze ondernemingen de tijd geven om hun bedrijfsprocessen aan te passen aan de nieuwe realiteit.

Ook de kmo-test, waarmee de Europese Commissie de impact van nieuwe regels op kmo’s meet en evalueert, is ontoereikend. Kmo’s hebben nood aan een betere bescherming.

Wie is aan zet?

  • De federale en Vlaamse regering, en de Europese Commissie: tijdig eenduidige richtlijnen van nieuwe Europese regelgeving publiceren.
  • De Europese Commissie: de kmo-test nauwkeuriger toepassen.

Aanbeveling 4: inzetten op innovatie

Innovatie stimuleren bij bedrijven, dat is de sleutel tot duurzame economische groei. Om dat te bereiken, moet het Europese mededingingsbeleid een nieuwe invulling krijgen. Publieke innovatiesteun wordt nog te vaak aanzien als een vorm van illegale staatssteun. Daardoor verliezen we terrein op landen zoals Japan, Zuid-Korea, China en de VS. De oplossing? Internationale in plaats van Europese marktaandeelanalyses invoeren bij de evaluatie van steunmaatregelen.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie: het mededingingsbeleid innovatievriendelijk toepassen.

De Schengenzone

De Schengenzone levert ons door het vrije verkeer van personen een enorme efficiëntiewinst op. Een voorbeeld: sluiten we de Belgisch-Franse grens gedurende 1 maand, dan kost ons dat meteen 17 miljoen euro. De toenemende grenscontroles in andere lidstaten knagen evenwel aan de grondvesten van de Schengenzone. Daarom moeten we van crisisbeheersing overschakelen naar crisispreventie. Daarnaast moet er ook een duurzame oplossing komen voor de intra-Europese migratie.

Aanbeveling 5: de grensregio opwaarderen

Het Europese handels- en investeringsbeleid moet de economische groei in de grensregio van Noord-Afrika en het Midden-Oosten stimuleren. Hoe? Door de bestaande verdragen met buurlanden uit te breiden en door een verdere uitrol van het Europese externe investeringsplan, waarbij voordelige leningen en schuldgaranties private investeringen ondersteunen.

Een bijbehorend geostrategisch beleid, met een intensievere samenwerking op het vlak van veiligheid, moet helpen om migratie op een waardige en doortastende manier af te remmen.

Wie is aan zet?

  • De Europese instellingen: een passend handels- en investeringsbeleid uitwerken.
  • De federale en Vlaamse regering, en de Europese Commissie: een geostrategisch beleid uitwerken om de grensregio te stabiliseren.

Aanbeveling 6: de buitengrenzen optimaal beheren

De EU heeft nood aan een geïntegreerd systeem voor het beheer van de buitengrenzen. Het huidige grens- en kustwachtbeleid legt de eindverantwoordelijkheid nog te veel bij de afzonderlijke lidstaten. Daarom: inzetten op een gezamenlijk beleid. Die omschakeling moet gepaard gaan met een verhoging van de middelen voor het bewaken van de buitengrenzen.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie en de federale regering: een geïntegreerd beheerssysteem voor de buitengrenzen opstellen.
  • De federale en Vlaamse regering, en de Europese instellingen: meer Europese middelen toewijzen aan het bewaken van de EU-buitengrenzen.

Aanbeveling 7: een slim een toekomstgericht Schengenbeleid

Extra-Europese migratie: grenscontroles moeten beperkt blijven en zich concentreren op hotspots zoals havengebieden, weg van interne landsgrenzen. Daarnaast moet de EU de opvang van asielzoekers koppelen aan Europese subsidies voor regionale ontwikkeling. Zo dwingt het de lidstaten om hun verantwoordelijkheid op te nemen binnen het Europese migratiebeleid. Ook de economische migratie moet worden aangemoedigd, zowel voor hooggeschoolden als knelpuntprofielen.

Intra-Europese migratie: de nieuwe detacheringsrichtlijn stelt het principe van ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats’ voorop. Een goede basis, maar de federale regering moet bij de omzetting van de richtlijn gebruik maken van de uitzonderingen om de mobiliteit van kaderleden en kennismedewerkers te vrijwaren. Daarnaast moeten ook de sociale inspectiediensten van de verschillende lidstaten beter samenwerken.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie: interne grenscontroles aan een bindende noodzakelijkheids- en proportionaliteitstest onderwerpen. De opvang van asielzoekers koppelen aan Europese middelen.
  • De Vlaamse regering: een toekomstgericht migratiebeleid uitwerken.
  • De federale regering: de detacheringsrichtlijn op een slimme manier omzetten.
  • De Europese Commissie en federale regering: de impact van de nieuwe detacheringsrichtlijn monitoren en evalueren. De samenwerking tussen sociale inspectiediensten binnen de EU versterken.

De eurozone

De eurozone heeft de grote eurocrisis – die vooral Zuid-Europa hard trof – overleefd, maar de ingevoerde maatregelen zijn ontoereikend om een nieuwe crisis uit te sluiten. Bovendien lopen de conjunctuurcycli te ver uiteen in de eurozone en is er geen systeem om geografisch geïsoleerde schokken op te vangen. Vanwege de politieke en culturele verschillen moet het beleid zich vooral focussen op maatregelen die in de hele EU aanvaardbaar zijn.

Aanbeveling 8: meer financiële verantwoordelijkheid

De jaarlijkse evaluatie van de EU-lidstaten door de Europese Commissie – het Europees Semester – is ondanks de uitbreiding van de criteria te vrijblijvend. Aan het landenrapport zijn onvoldoende maatregelen gekoppeld om de lidstaten nadien tot actie te dwingen. Daarnaast moet er bij de beoordeling van de overheidsfinanciën meer belang geschonken worden aan een uitgavennorm dan aan het structurele tekort.

Wie is aan zet?

  • De federale en Vlaamse regering: een verantwoord begrotingsbeleid voeren in lijn met de aanbevelingen van het landenrapport van de EU.
  • De Europese Commissie: mechanismen uitwerken om de aanbevelingen dwingend te maken bij de lidstaten.

Aanbeveling 9: een crisisbestendig eurobeleid

Wanneer een lidstaat in een economische crisis belandt, zijn er geen automatische mechanismen om de schuld te dekken. Wel kan het IMF – of een Europese instelling – tegen speciale tarieven en strenge voorwaarden geld lenen aan het land in crisis. Is die crisis het gevolg van een plotse negatieve schok, zoals een natuurramp, dan moet een tijdelijk noodfonds ondersteuning bieden. Bij een algemene Europese crisis kan de Europese Centrale Bank dan weer de rente drukken.

De banken moeten volledig onder Europees toezicht komen, waarbij de toezichthouder dwingende eisen over de kwaliteit van de bankbalans kan opleggen. Zodra dit toezichtsysteem op punt staat, moeten de Europese banken een Europees garantiestelsel financieren. De uitbouw van een vrije kapitaalmarktunie kan de bankenunie extra versterken.

Wie is aan zet?

  • De Vlaamse en federale regering, en de Europese Commissie: uitbouwen van tijdelijke solidariteitsmechanismen met strikte voorwaarden om plotse economische schokken bij lidstaten op te vangen. De Europese depositogarantie finaliseren. Een Europese kapitaalmarktunie uitbouwen.

Handel

De EU bevordert handel binnen de eigen grenzen, maar ook ver daarbuiten. Aangezien 90% van de economische groei vanaf 2020 buiten de EU zal plaatsvinden, is een slim en efficiënt Europees handelsbeleid belangrijker dan ooit. Dat geldt zeker voor Vlaanderen: 40% van de Vlaamse import komt van buiten de EU en ook de export naar niet-Europese bestemmingen stijgt. Het wegwerken van handelsbelemmeringen moet een absolute prioriteit zijn.

Aanbeveling 10: focus op een open economie

De Wereldhandelsorganisatie (WHO) moet zich herbronnen, met onder meer nieuwe regels voor een internationaal gelijk speelveld en een doeltreffende dispuutregeling bij overtredingen. Daarnaast moet de EU focussen op het wegwerken van niet-tarifaire barrières bij handel, een groeiende noodzaak voor de dienstensector. Ook moet de EU blijven inzetten op de uitbouw van omvattende handelsverdragen, met een efficiënt intern ratificatiesysteem.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie: pleiten voor WHO-hervormingen. Handelsverdragen sluiten met economisch aantrekkelijke markten. Handelsverdragen opsplitsen in een handelsdeel en een investeringsdeel, met aparte ratificatieprocessen.

Aanbeveling 11: investeringsbescherming garanderen

Handelsverdragen moeten blijvend aandacht schenken aan investeringsbescherming. Zo bieden we ondernemers meer rechtszekerheid. Daarnaast moet België inzetten op bilaterale investeringsakkoorden met derde landen waarmee de EU nog geen overeenkomst heeft. De EU moet dan weer werk maken van een verordening rond investeringsbescherming om het wegvallen van bilaterale investeringsverdragen (intra-EU) op te vangen.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie: investeringsbescherming blijven opnemen in handelsverdragen. Maatregelen treffen om de rechtszekerheid in de EU te verzekeren.
  • De federale en Vlaamse regering: investeringsverdragen afsluiten met landen waar Vlaamse bedrijven belangrijke investeringen hebben gedaan.

Aanbeveling 12: een internationaal gelijk speelveld

Oneerlijke concurrentie schaadt het open karakter van de EU. De eigen bedrijfswereld moet voldoende beschermd worden tegen concurrenten die niet dezelfde regels volgen. Daarom zijn de vernieuwde handelsdefensie-instrumenten zo belangrijk: ze gaan dumping op de Europese markt tegen. Ook moeten we erover waken dat alle goederen die de EU binnenkomen aan dezelfde voorwaarden en normen voldoen als onze producten. Dat kan door het versterken van de samenwerking voor markttoezicht, met efficiënte douanecontroles.

Wie is aan zet?

  • De Europese Commissie: initiatieven lanceren om de samenwerking tussen markttoezichthouders te verbeteren en hun bevoegdheden te verfijnen. De middelen voor douanecontroles handhaven.

Aanbeveling 13: Vlaanderen Europese exportkoploper

Bestaande handelsverdragen worden vandaag meer benut door derde landen en niet door onze eigen ondernemingen. Overheden moeten een betere begeleiding en een hoger bewustzijn van de mogelijke voordelen van die akkoorden creëren. Daarnaast moet de Vlaamse overheid inzetten op een gericht actieplan voor dienstenexport: het exportaandeel van diensten stijgt, maar het beleid blijft achter.

Wie is aan zet?

  • De Vlaamse regering: een operationele strategie uitwerken om bedrijven beter te ondersteunen bij het toepassen van handelsverdragen. Een exportactieplan voor diensten ontwikkelen.
  • De federale regering: de Nationale Bank belasten met de analyse van de Belgische dienstenexport.

De Brexit

Sinds het Britse referendum in juni 2016 is de Brexit niet meer weg te denken uit het nieuws. Een harde Brexit heeft dan ook verregaande economische gevolgen: na Ierland is Vlaanderen mogelijk het grootste slachtoffer. Zo behoort het VK tot de top 4 van Vlaamse exportbestemmingen en komt meer dan 5% van de import uit het VK. We hebben dringend nood aan duidelijkheid, zowel over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK als tussen België en het VK.

Aanbeveling 14: een handelsvriendelijke scheiding

Eerst en vooral is een transitieperiode noodzakelijk om Vlaamse ondernemers de tijd te geven om zich voor te bereiden op de scheiding. Tijdens die periode zou het VK lid blijven van de eenheidsmarkt en verandert er quasi niets voor Vlaamse ondernemers. Deze transitieperiode dient van toepassing te blijven tot dat er een omvattend akkoord uitgewerkt is over een nieuwe toekomstige relatie. Tariefvrije handel is in deze nieuwe relatie een absolute minimumvereiste. Douanecontroles moeten bovendien vlot verlopen en professionele migratie moet soepel blijven. Tot slot moeten we erover waken dat de Europese en Britse wetgeving zoveel mogelijk gelijklopen.

Wie is aan zet?

  • De federale en Vlaamse regering, en de Europese instellingen:
    een transitieperiode veiligstellen en een handelsvriendelijk akkoord sluiten.

Aanbeveling 15: Vlaanderen als spil voor handel met het VK

België moet er niet alleen voor zorgen dat de eigen bedrijven geen hinder ondervinden na de Brexit, maar moet zich ook als ideale transitzone voor niet-Belgische bedrijven profileren. Onze troeven? De zee- en luchthavens. De overheden moeten zich nu al voorbereiden op die nieuwe strategische positie en indien mogelijk contact opnemen met de Britse controleorganen. Deze ambitie moet ook kenbaar gemaakt worden aan het buitenland. Daarnaast moeten we ook blijven inzetten op het klaarstomen van onze eigen bedrijven voor de Brexit.

Wie is aan zet?

  • De federale en Vlaamse regering: een omvattende strategie ontwikkelen om België te laten uitgroeien tot een draaischijf voor de Anglo-Europese handel na de Brexit.
Download het Memorandum